ECLI:NL:RBMNE:2019:3406
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering terugkomen op besluit WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres heeft een WAO-uitkering gekregen die in 2002 werd ingetrokken. In 2012 weigerde het UWV een hernieuwde uitkering vanwege het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking. Eiseres stelde dat nieuw medisch bewijs uit 2016 en haar levensverhaal over haar psychische klachten sinds 2006 nieuwe feiten vormen.
De rechtbank toetste of het bestuursorgaan zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had een zorgvuldig onderzoek verricht en gemotiveerd dat er geen objectief bewijs is voor toegenomen beperkingen sinds 2002.
De rechtbank volgde dit oordeel en oordeelde dat de aangevoerde medische stukken en rapporten al bekend waren bij eerdere besluitvorming en geen nieuwe feiten bevatten die heroverweging rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. Spelt en griffier G.M.T.M. Sips op 23 juli 2019. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op de weigering van de WAO-uitkering is ongegrond verklaard.