ECLI:NL:RBMNE:2019:3421
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Amersfoort
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Amersfoort, vastgesteld op €1.292.000 voor het belastingjaar 2018 met waardepeildatum 1 januari 2017. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden vergeleken.
Eiser voerde aan dat de waardeontwikkeling van zijn woning niet overeenkwam met die van vergelijkbare woningen en dat de vergelijkingsmethode daardoor niet juist werd toegepast. De rechtbank oordeelde echter dat de waarde volgens de Wet WOZ moet worden bepaald op basis van verkoopprijzen rond de waardepeildatum, zonder rekening te houden met waardeontwikkelingen uit eerdere jaren.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de waarde op juiste wijze had vastgesteld met de vergelijkingsmethode en dat de taxatiematrix en toelichting voldoende aannemelijk maakten dat rekening was gehouden met verschillen tussen de woningen. De vastgestelde waarde werd niet te hoog geacht en het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.292.000 is ongegrond verklaard.