ECLI:NL:RBMNE:2019:3423
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vastgestelde WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €201.000,- voor het belastingjaar 2018, en stelde een lagere waarde van €189.000,- voor. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin vijf referentiewoningen werden vergeleken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet hoger was vastgesteld dan de waarde in het economisch verkeer. Verweerder gaf inzicht in de grondstaffel en de wijze van indexeren van verkoopprijzen, ondanks het late verzoek van eiser om deze gegevens. De staat van onderhoud van de woning werd als voldoende gekwalificeerd en vergelijkbaar met referentiewoningen.
Eiser slaagde er niet in om aannemelijk te maken dat de vastgestelde waarde te hoog was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €201.000,- is ongegrond verklaard.