De vergunninghouder heeft op 15 mei 2017 een omgevingsvergunning gekregen voor het realiseren van een kleinschalig hotel. Deze vergunning is op 19 mei 2017 aan hem toegezonden en op 26 mei 2017 bekendgemaakt in het Gemeenteblad, waarna de zeswekentermijn voor bezwaar startte.
Eiseres diende haar bezwaarschrift op 4 juli 2017 in, wat na de termijn van 30 juni 2017 viel. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiseres stelde dat een eerder pro forma bezwaar door een derde namens haar was ingediend en dat verweerder haar een hersteltermijn had moeten gunnen.
De rechtbank oordeelde dat het eerdere bezwaarschrift niet namens eiseres was ingediend, omdat de bijgevoegde handtekeningenlijst dateerde van vóór de vergunningverlening en geen machtiging inhield. Bovendien vermeldde het eigen bezwaarschrift van eiseres niets over het eerdere bezwaar. De rechtbank vond geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
Het beroep tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.