Bij besluit van 13 september 2017 verleende de burgemeester van Utrecht een exploitatievergunning voor een kleinschalig hotel met zes kamers. Eiser, de burgemeester zelf, stelde beroep in tegen het besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank nam de feiten aan zoals dat de vergunning alleen geldt voor de eerste en tweede verdieping en dat het hotel alleen ontbijt aan gasten mag aanbieden.
Eiser voerde aan dat de vergunning nadelige gevolgen zou hebben voor het woon- en leefklimaat en de veiligheid in de omgeving, en dat het exploiteren van een restaurant zonder meer zou worden toegestaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende beoordelingsruimte heeft en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de overlast te gering werd gewogen.
De rechtbank stelde dat de vergunning redelijk is verleend gezien de kleinschaligheid, de afstand tot omwonenden en het stedelijke karakter van de omgeving. Ook werd bevestigd dat de aanvraag niet ziet op een restaurant en dat handhaving een kwestie is voor de toekomst.
Verder verwierp de rechtbank de stellingen over onregelmatigheden in de procedure, omdat eiser zijn bezwaren voldoende heeft kunnen uiten en het besluit voldoende gemotiveerd is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.