Huurders van kamers in een studentenwoning vorderden onder meer huurprijsvermindering, terugbetaling van te veel betaalde servicekosten en waarborgsommen, en een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten. De overlast werd veroorzaakt door de verhuurder die zijn broer toegang gaf tot de woning, ondanks herhaalde klachten over nachtelijke verstoringen en inbreuk op het woongenot.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomsten rechtsgeldig waren ontbonden wegens toerekenbare tekortkomingen van de verhuurder, waaronder het niet verschaffen van rustig huurgenot. De overlast was substantieel en structureel vanaf januari 2018, wat recht gaf op een huurprijsvermindering van 30% over de periode januari tot en met april 2018.
Verder werden de servicekosten vastgesteld op basis van een abstracte berekening, omdat de verhuurder geen concrete gegevens aanleverde. De verhuurder werd veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde servicekosten, waarborgsommen en een redelijke verhuisvergoeding van €1.000 per huurder. De vorderingen van de verhuurder tot betaling van huur na ontbinding werden afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde de verhuurder tevens tot betaling van proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.