ECLI:NL:RBMNE:2019:3617

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 juli 2019
Publicatiedatum
1 augustus 2019
Zaaknummer
UTR 19/932
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing bezwaar tegen aanslag afvalstoffenheffing en veroordeling in proceskosten

Verzoekster maakte bezwaar tegen aanslagen gemeentelijke belastingen, specifiek de afvalstoffenheffing voor twee adressen. De gemeente Almere heeft vervolgens aangegeven de aanslagen te vernietigen, waarmee het bezwaar werd gehonoreerd.

Verzoekster had bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd om een nieuw besluit te laten nemen en de dwangincasso te schorsen. Nadat de gemeente had toegegeven, trok verzoekster het verzoek in en vroeg zij om veroordeling van de gemeente in de proceskosten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente Almere in het kader van de voorlopige voorziening aan het bezwaar tegemoet was gekomen en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €512,- voor rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag afvalstoffenheffing wordt toegewezen en de gemeente Almere wordt veroordeeld in de proceskosten van €512,-.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/932

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juli 2019 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: A. Stokhof),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: A. Teunisse).

Procesverloop

In de beschikking van 28 februari 2019 heeft verweerder aan verzoekster een aanslag gemeentelijke belastingen opgelegd voor de [adres 1] , het [adres 2] en het [adres 3] in [woonplaats] .
Verzoekster heeft op 1 maart 2019 bezwaar gemaakt tegen de aanslagen afvalstoffenheffing voor het [adres 2] en [adres 3] (het bestreden besluit).
Verzoekster heeft gelijktijdig de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en dat de verdere dwangincasso moet worden geschorst.
Bij bericht van 17 april 2019 heeft verweerder meegedeeld dat de aanslagen afvalstoffenheffing voor het [adres 2] en [adres 3] zullen worden vernietigd.
Bij brief van 7 mei 2019 heeft verzoekster het verzoek om de voorlopige voorziening ingetrokken met het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft verweerder bij brief van 9 mei 2019 in de gelegenheid gesteld binnen twee weken te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten.
Verweerder heeft op deze brief niet gereageerd.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten in bestuursrechtelijke gedingen is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Deze artikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb van overeenkomstige toepassing in de voorlopige voorzieningsprocedure.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de voorzieningenrechter vast dat verweerder is tegemoet gekomen aan verzoeksters bezwaren tegen het bestreden besluit. Het verzoek wordt daarom toegewezen. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in verband met haar verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 512,-- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 512,-- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de betaling van proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 512,--.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. de Vaan, voorzieningenrechter en tevens rechter, in aanwezigheid van mr. P.J. Naus, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter staat geen rechtsmiddel open.