Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2019.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vergoeding van proceskosten centraal nadat het UWV het primaire besluit tot toekenning van een WIA-uitkering aan een ex-werkneemster van de gemeente had gewijzigd. De gemeente had bezwaar gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit, dat door het UWV in februari 2019 deels werd toegewezen, waarna de gemeente het beroep introk maar alsnog vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank oordeelde dat het UWV volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren en dat de gevorderde proceskosten redelijk waren. De kosten voor rechtsbijstand werden vastgesteld op €512. De gemeente had daarnaast kosten gemaakt voor een bedrijfsarts en een medisch adviseur. De rechtbank kwalificeerde het werk van de bedrijfsarts als juridisch van aard en wees vergoeding daarvan af, terwijl het medisch advies van de medisch adviseur als deskundigenwerk werd erkend en redelijk werd bevonden.
De rechtbank stelde de vergoeding voor de medisch adviseur vast op €2.613,60 inclusief BTW en bepaalde dat het UWV in totaal €3.125,60 aan proceskosten moest vergoeden. Daarnaast werd het griffierecht van €338,-- door het UWV vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Moed op 25 juli 2019.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van €3.125,60 aan proces- en deskundigenkosten aan de gemeente.