Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
10.BENADEELDE PARTIJEN
[benadeelde 1](de moeder van [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.923,29. Dit bedrag bestaat uit
[benadeelde 2](de vader van [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 11.639,19. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
[benadeelde 3](de broer van [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.000,- immateriële schade (shockschade), ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
[benadeelde 4](de zus van [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.385,-. Dit bedrag bestaat uit € 2.385,- materiële schade en € 5.000,- immateriële schade (shockschade), ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
[benadeelde 5](een vriend van [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 13.155,-. Dit bedrag bestaat uit € 6.155,- materiële schade en € 7.000,- immateriële schade (shockschade), ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
[benadeelde 6](een vriend van [slachtoffer] ) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 8.085,-. Dit bedrag bestaat uit € 1.085,- materiële schade en € 7.000,- immateriële schade (shockschade), ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 5.923,29;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 5.923,29 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 64 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 11.639,19 ;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 11.639,19 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 93 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 5.000,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 5.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 4] toe tot een bedrag van € 5.385,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 4] aan de Staat € 5.385,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 61 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [benadeelde 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [benadeelde 5] toe tot een bedrag van € 3.385,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 5] aan de Staat € 2.885,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 38 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [benadeelde 5] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [benadeelde 6] toe tot een bedrag van € 3.385,-,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 6] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 6] aan de Staat € 2.885,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 38 dagen hechtenis;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.