Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser ontving vanaf november 2005 tot oktober 2018 bijstand als alleenstaande. In 2018 ontving hij vergoedingen voor het bijwonen van commissievergaderingen als fractie-assistent, in totaal €559,37. Verweerder herzag het recht op bijstand en vorderde dit bedrag terug omdat eiser deze inkomsten niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht oplevert.
De rechtbank oordeelt dat de vergoeding terecht als inkomen is aangemerkt op grond van de geldende verordening en het rechtspositiebesluit. De stelling van eiser dat het een onkostenvergoeding zou betreffen, wordt verworpen. De rechtbank constateert dat over april en mei 2018 ten onrechte herziening heeft plaatsgevonden, maar passeert dit gebrek wegens het ontbreken van nadeel voor eiser.
De rechtbank wijst erop dat de terugvordering netto moet plaatsvinden indien belasting over de vergoeding moet worden betaald, maar dit punt is nog niet aan de orde. Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak is direct na de zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de bijstand wegens de vergoeding als fractie-assistent wordt ongegrond verklaard.