Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2019 in de zaak tussen
[eiser] en [eiseres] , te [woonplaats] , eisers
[derde-partij 1]en
[derde-partij 2], te [woonplaats]
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers zijn buren van vergunninghouders die een omgevingsvergunning kregen voor het verlengen van de kapverdieping aan de achterzijde van hun woning. De vergunning is verleend met toepassing van de kruimelgevallenregeling, ondanks een geringe overschrijding van het bestemmingsplan.
Eisers betoogden dat de overschrijding groter was en dat de bezonning van hun perceel daardoor onevenredig werd aangetast, waarvoor een onafhankelijke zonnestudie nodig was. De rechtbank oordeelde dat de overschrijding beperkt was tot 10 tot 20 centimeter en dat de belangenafweging tussen het woonoppervlak van vergunninghouders en de bezonning van eisers zorgvuldig was gemaakt.
Ook de zorgvuldigheid van de besluitvorming werd door eisers betwist vanwege late advisering en onvoldoende motivering. De rechtbank stelde dat het bezwaar volledig heroverwogen is en dat de motivering weliswaar helderder had gekund, maar niet onzorgvuldig was.
De rechtbank concludeerde dat het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de kapverdieping wordt ongegrond verklaard.