ECLI:NL:RBMNE:2019:3804
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor niet-gevonden lekkage en onnodige vervanging cv-ketel
Eiser had een woonhuisverzekering bij ASR en constateerde problemen met zijn cv-installatie, waarbij de ketel snel leegliep. ASR liet een eerste onderzoek uitvoeren door een hulppersoon, [bedrijfsnaam 1], die geen lekkage vond. Eiser verving daarop de ketel, maar het lek bleef bestaan. Een tweede onderzoek door [bedrijfsnaam 2] vond later toch een lek, waarna ASR bijna alle schade vergoedde.
Eiser vorderde vergoeding voor de kosten van het deels afsluiten van leidingen en de onnodige vervanging van de ketel. ASR betaalde het eerste deel, zodat alleen de vergoeding voor de ketelrestant overbleef. De kantonrechter beoordeelde of [bedrijfsnaam 1] als hulppersoon van ASR een fout had gemaakt door het lek niet te vinden en of ASR aansprakelijk was op grond van artikel 6:171 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat het niet vinden van het lek niet per definitie een fout is, omdat het opsporen van lekkages in complexe systemen moeilijk kan zijn. Het rapport van [bedrijfsnaam 1] gaf aan dat er op dat moment geen aanwijsbare lekkage was, maar hield de mogelijkheid open. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van een fout of een onrechtmatige daad door [bedrijfsnaam 1]. Zonder aansprakelijkheid van de hulppersoon kon ASR niet aansprakelijk zijn. De vordering werd afgewezen en partijen droegen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van de kosten voor onnodige vervanging van de cv-ketel wordt afgewezen.