Op 18 juni 2019 verleende de gemeente Noordoostpolder een omgevingsvergunning aan een mestverwerkingsbedrijf voor de bouw van zes mestsilo’s en een weegbrug aan de rand van het dorp Bant. Omwonenden maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege vrees voor stank- en verkeersoverlast. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de bouw te schorsen zolang de bezwaarprocedure loopt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het aan de gemeente is om de bezwaren te beoordelen en dat het niet duidelijk was dat de omwonenden geen belanghebbenden zijn of dat de vergunning evident onrechtmatig is verleend. De rechter wilde niet op de stoel van het gemeentebestuur gaan zitten en beperkte zich tot het afwegen van de belangen in deze spoedprocedure.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het bedrijfsbelang van de vergunninghouder om de bouw voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van de omwonenden om de bouw te schorsen. De bouw leidt niet tot onomkeerbare gevolgen, omdat de silo’s weer afgebroken kunnen worden. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de bouw mocht doorgaan tijdens de bezwaarprocedure.