ECLI:NL:RBMNE:2019:3843

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juli 2019
Publicatiedatum
16 augustus 2019
Zaaknummer
C/16/481003/KG ZA 19-312
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:174 BWArt. 3:300 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verkoop en ontruiming woning bij dreigende executieverkoop na relatiebeëindiging

Partijen hadden een affectieve relatie en zijn gezamenlijk eigenaar van een woning die belast is met een hypothecaire geldlening. De man verzocht de rechter hem te machtigen tot verkoop van de woning en de vrouw te veroordelen tot ontruiming, omdat zij niet meewerkte aan verkoop en bezichtigingen, terwijl er grote achterstanden zijn in hypotheekbetalingen en een executoriale verkoop dreigt.

De vrouw stelde dat de woning al bij meerdere makelaars te koop stond zonder medeweten van de man en dat de woning sinds kort weer te koop is. De rechter stelde vast dat de vrouw de sloten had veranderd en communicatie moeizaam verliep. De vrouw traineerde de verkoop en belemmerde bezichtigingen, wat het spoedeisend belang van de man onderstreepte.

De voorzieningenrechter verleende op grond van artikel 3:174 BW Pro de machtiging aan de man om de woning te gelde te maken via een makelaar en veroordeelde de vrouw om uiterlijk 1 augustus 2019 de woning te ontruimen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor niet-naleving van medewerking aan bezichtigingen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Man wordt gemachtigd tot verkoop woning en vrouw veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 1 augustus 2019 met dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/481003 / KG ZA 19-312
Vonnis in kort geding van 5 juli 2019
in de zaak van
[eiser],
wonende op een geheim adres,
eiser,
hierna: de man,
advocaat: mr. E.M. van Veen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna: de vrouw.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties;
  • de mondelinge behandeling d.d. 21 juni 2019.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2.
Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] (hierna: de woning).
2.3.
De woning is belast met een hypothecaire geldlening bij Obvion N.V..
2.4.
De man heeft de woning begin 2011 verlaten.
2.5.
Partijen hebben de verdeling van de kosten van de woning opgenomen in een op 16 juli 2014 gesloten vaststellingsovereenkomst.

3.Het geschil

3.1.
De man vordert – samengevat – primair hem op de voet van het bepaalde in artikel 3:174 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te machtigen tot het te gelde maken van de woning door deze met behulp van een aan [naam makelaar] verbonden makelaar te koop aan te bieden en vervolgens tegen een door de makelaar redelijk geachte prijs te verkopen en te leveren aan een derde, waarbij het vonnis voor zover nodig in de plaats treedt van de medewerking van de vrouw aan de verkoop en levering van de woning.
Voorts vordert de man primair de vrouw te veroordelen de woning binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met al het hare en de haren, alsmede verlaten en ontruimd te houden, onder afgifte van alle sleutels aan de man.
De man vordert subsidiair de vrouw te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan verkoop en levering van de woning aan een derde, aan alles wat is vereist voor de verkoop en levering aan een derde en al datgene te verrichten wat noodzakelijk is om te geraken tot een verkoop van de woning, meer specifiek doch niet uitputtend:
het in de verkoop zetten van de woning bij makelaar [naam makelaar] te Vianen, danwel een andere door de voorzieningenrechter te benoemen makelaar;
het advies van de makelaar, in het bijzonder met betrekking tot de vraag- en laatprijs, op te volgen waarbij als uitgangspunt geldt dat de woning zo spoedig mogelijk verkocht zal worden;
het tekenen van de verkoopovereenkomst, een en ander met inachtneming en conform de richtlijnen en instructies van de genoemde makelaar;
in geval van verkoop het ondertekenen van de akte van levering ten overstaan van een notaris en
indien de onder c. gevorderde termijn is verstreken zonder dat de bedoelde medewerking behoorlijk is verleend, het in deze zaak te wijzen vonnis op grond van artikel 3:300 BW Pro in de plaats te laten treden van alle door de vrouw te verrichten (rechts)handelingen, zoals vermeld onder c., om tot verkoop van de woning te komen, alsmede
de vouw te veroordelen om uiterlijk binnen veertien dagen na verkoop van de woning aan een derde, de woning te ontruimen en te verlaten met al het hare en de haren, alsmede verlaten en ontruimd te houden, onder afgifte van alle sleutels aan de man.
Zowel primair als subsidiair de vrouw te veroordelen:
  • om binnen één week na een verzoek van de makelaar haar medewerking te verlenen aan een bezichtiging door de makelaar en de potentiële kopers toegang tot de woning te verlenen, alsmede niet aanwezig te zijn bij de bezichtigingen van de woning, op straffe van een dwangsom van € 500,-- per keer dat de vrouw niet aan deze veroordeling voldoet met een maximum van € 10.000,--;
  • tot betaling van de helft van de kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten van de verkoop en levering van de woning;
  • in de proceskosten.
3.2.
De man stelt zich op het standpunt dat de vrouw de afgelopen twee jaar niet meewerkt aan het te koop zetten van de woning noch aan bezichtigingen. Inmiddels dreigt er een executieverkoop van de woning, omdat er grote achterstanden zijn ontstaan in de betaling van de hypotheeklasten.
3.3.
De vrouw voert verweer. De vrouw voert aan dat de woning bij vier of vijf makelaars te koop heeft gestaan zonder medeweten van de man en dat de woning sinds gisteren weer te koop staat.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de man gelet op de achterstand in de hypotheek betaling en de dreiging van de executieverkoop van de woning, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend belang.
4.2.
De voorzieningenrechter overweegt dat ter zitting is gebleken dat de vrouw de sloten van de woning heeft veranderd en dat een normale communicatie niet mogelijk is, mede gelet op haar vrij agressieve toon. Voorts is gebleken dat toen de woning begin dit jaar te koop stond, de vrouw de bezichtigingen wegens ziekte heeft afgezegd. Ter zitting verklaart zij nu dat de woning sinds gisteren weer te koop staat. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter traineert de vrouw de verkoop van de woning. Inmiddels dreigt er een executoriale verkoop van de woning. De houding van de vrouw geeft weinig vertrouwen dat de verkoop nu niet alsnog door haar zal worden belemmerd.
Het vorenstaande leidt dan ook tot de conclusie dat aan de man nu op grond van artikel 3:174 BW Pro de machtiging tot het te gelde maken van de woning wordt verleend, met dien verstande dat de vrouw de woning op 1 augustus 2019 dient te hebben verlaten.
4.3.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
machtigt de man op grond van artikel 3:174 BW Pro tot het te gelde maken van de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] door deze met behulp van een aan [naam makelaar] verbonden makelaar te koop aan te bieden en vervolgens tegen een door de makelaar redelijk geachte prijs te verkopen en te leveren aan een derde, waarbij het vonnis voor zover nodig in de plaats treedt van de medewerking van de vrouw aan de verkoop en levering van de woning;
5.2.
veroordeelt de vrouw de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] uiterlijk
1 augustus 2019 te ontruimen en te verlaten met al het hare en de haren, alsmede verlaten en ontruimd te houden, onder afgifte van alle sleutels aan de man;
5.3.
veroordeelt de vrouw om in de periode vóór 1 augustus 2019 binnen één week na een verzoek van de makelaar haar medewerking te verlenen aan een bezichtiging door de makelaar en de potentiële kopers toegang tot de woning te verlenen, alsmede niet aanwezig te zijn bij de bezichtigingen van de woning;
5.4.
veroordeelt de vrouw om aan de man een dwangsom te betalen van € 500,-- voor iedere keer dat zij niet aan de in 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,-- is bereikt;
5.5.
veroordeelt de vrouw tot betaling van de helft van de kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten van de verkoop en levering van de woning;
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2019, in tegenwoordigheid van mr. C. Bosma-van ’t Hof, griffier.