ECLI:NL:RBMNE:2019:3845
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor urgentieverklaring bij woonoverlast en medische klachten
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring vanwege ernstige woonoverlast en medische klachten. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest heeft deze aanvraag afgewezen omdat verzoekster niet aan de criteria voldoet, met name omdat zij geen jaar ingezetene is en het verband tussen haar medische klachten en de woonsituatie onvoldoende is aangetoond.
Verzoekster heeft vervolgens bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om zolang de bezwaarprocedure loopt als urgent te worden behandeld. De voorzieningenrechter stelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend als vrijwel zonder twijfel vaststaat dat urgentie moet worden verleend, omdat toewijzing feitelijk onomkeerbaar is en andere woningzoekenden kan benadelen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de medische klachten van verzoekster weliswaar ernstig zijn, maar niet aantonen dat deze direct verband houden met de huidige woonsituatie. Ook is niet gebleken dat andere oplossingsmogelijkheden zoals buurtbemiddeling of woningruil volledig zijn uitgeput. Verzoekster voldoet bovendien niet aan de algemene voorwaarde van een jaar ingezetenschap in de gemeente.
Daarom is niet aannemelijk dat het primaire besluit onrechtmatig is en dat het bezwaar kans van slagen heeft. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor urgentieverklaring wordt afgewezen.