Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
schuldvan een ander iemand om het leven is komen, andere straffen worden opgelegd dan in zaken waarin sprake is van
opzetop de dood.
9.BENADEELDE PARTIJ
- De ouders hebben kosten gevorderd voor het verblijf in Nederland. Zij zijn op 13 maart 2019 naar Nederland gevlogen en op 15 maart 2019 teruggevlogen. De rechtbank acht het redelijk om € 205,- toe te wijzen voor een hotelkamer voor beide ouders, omdat de hotelkosten van de tweede nacht zijn vergoed door UCC Insurance;
- De ouders hebben in de twee dagen dat zij in Nederland waren onkosten moeten maken. Zij hebben onder meer kosten moeten maken voor lunch en diner. De rechtbank is van oordeel dat een bedrag van € 50,- per persoon per dag redelijk is en wijst een bedrag van in totaal € 100,00 per persoon toe.
- dhr. [vader] (vader):
- mevr. [moeder] (moeder):
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 7, 175, 176 van de Wegenverkeerswet 1994;
11.BESLISSING
6 maanden;
3 maandenniet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
proeftijd van twee jarenvast;
ontzegt verdachte ter zake het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd/ingehouden is geweest.
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [moeder] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 13.125,- vanaf 9 maart 2019 en het bedrag van € 277,86 vanaf 22 augustus 2019 tot de dag van volledige betaling;
- wijst het bedrag van € 4.375,00 aan immateriële schadevergoeding af;
- verklaart de vordering van benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [moeder] aan de Staat
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [vader] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 13.125,- vanaf 9 maart 2019 en het bedrag van € 7.960,29 vanaf 22 augustus 2019 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 564,77;
- wijst af het bedrag van € 4.375,00 aan immateriële schadevergoeding, het bedrag van
- verklaart de vordering van benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [vader] aan de Staat
bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (Renault Scenic gekentekend [kenteken] ), daarmee rijdende over de voor het
verkeer openstaande weg, te weten de Biltsestraatweg (gaande in de richting van de Berekuil), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn
schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden door
- na voorafgaand gebruik van alcohol en/of (hard)drugs en/of - terwijl het wegdek (in ieder geval op de plaats van het ongeval) nat was en/of
- terwijl het donker was en/of
- over (een gedeelte van) de route voor de plaats van de aanrijding, te weten tussen de Utrechtseweg te De Bilt en rijdende in de richting van
De Berekuil te Utrecht en de plaats van het ongeval aan de Biltsestraatweg te Utrecht, (herhaaldelijk) te rijden met een snelheid die
(aanzienlijk) hoger was dan de aldaar toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, althans met een aanmerkelijk hogere snelheid dan
gezien de verkeersveiligheid en/of verkeerssituatie ter plaatse toegestaan en/of verantwoord was en/of
- (vervolgens/daarbij) (tijdens het rijden) naar rechts, achter de bijrijdersstoel, te kijken en daar een tas met glazen, althans een
voorwerp, te pakken en/of recht te zetten en/of (daarbij) (meermalen) het zicht op de weg te verliezen,
waarbij hij, verdachte, (telkens) onvoldoende aandacht heeft gehouden voor de verkeerssituatie en/of de verkeersveiligheid ter plaatse,
immers heeft hij, verdachte, een voetganger die op de rijbaan liep, te weten [slachtoffer] , niet (tijdig) gezien en/of is hij, verdachte,
(vervolgens/daarbij) tegen die daar lopende [slachtoffer] gereden, waardoor die [slachtoffer] is komen te overlijden;
( art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
weten een personenauto (Renault Scenic gekentekend [kenteken] ), heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de
Biltsestraatweg (gaande in de richting van de Berekuil), en zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers heeft/is hij, verdachte,
- (herhaaldelijk) gereden met een snelheid die (aanzienlijk) hoger was dan de aldaar toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur,
althans met een aanmerkelijk hogere snelheid dan gezien de verkeersveiligheid en/of verkeerssituatie ter plaatse toegestaan en/of
verantwoord was en/of
- (vervolgens/daarbij) (tijdens het rijden) naar rechts, achter de bijrijdersstoel, gekeken en daar een tas met glazen, althans een
voorwerp, gepakt en/of recht gezet en/of (daarbij) (meermalen) het zicht op de weg verloren en/of
- (vervolgens) gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met de daar lopende [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] is komen te overlijden;
( art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 )
betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op de
Biltsestraatweg (gaande in de richting van de Berekuil), op of omstreeks 9 maart 2019,
de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest
vermoeden, (aan) een ander, te weten [slachtoffer] , is gedood dan wel letsel of schade is toegebracht;
( art 7 lid 1 ahf Pro/ond a Wegenverkeerswet 1994 )