ECLI:NL:RBMNE:2019:3946
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Einde testamentair bewind bij het bereiken van 24 jaar leeftijd
De zaak betreft een verzoek tot verklaring voor recht over het einde van een testamentair bewind ingesteld door de erflaatster in haar testament van 16 juni 2014. Verzoeker en zijn zus zijn benoemd tot erfgenamen en verweerster tot testamentair bewindvoerder. In het testament is bepaald dat het bewind eindigt wanneer de kinderen 24 jaar worden. Later is een aanvullende beheersovereenkomst gesloten die de looptijd van het bewind verlengt tot de leeftijd van 40 jaar.
Verzoeker stelt dat de termijn van het testamentair bewind niet gewijzigd kan worden door een overeenkomst, maar alleen door herroeping van de uiterste wilsbeschikking. Verweerster stelt dat de verlenging een weloverwogen keuze van de erflaatster was en dat een fout van de advocaat geen gevolgen heeft voor de rechtsgeldigheid.
De rechtbank oordeelt dat de looptijd van het testamentair bewind alleen door de uiterste wil van de erflater kan worden gewijzigd en niet door een overeenkomst. Daarom is het bewind geëindigd toen verzoeker 24 jaar werd, op 8 juli 2016. Het primaire verzoek wordt toegewezen en de subsidiaire verzoeken behoeven geen bespreking meer.
Uitkomst: Het testamentair bewind is van rechtswege geëindigd op 8 juli 2016 toen verzoeker 24 jaar werd.