Eiser heeft een aanvullende aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven, nadat verweerder zijn primaire aanvraag had toegekend met een gedeeltelijke uitkering in 2004. Verweerder heeft de aanvullende aanvraag afgewezen op grond van een beleidswijziging van 15 oktober 2014, waarbij alleen nog aanvullende aanvragen worden gehonoreerd als het letsel substantieel ernstiger blijkt dan eerder vastgesteld.
Eiser stelde dat hij niet persoonlijk op de hoogte was gesteld van deze beleidswijziging en dat toepassing van het beleid tot onbillijkheid van overwegende aard leidt. De rechtbank oordeelde dat eiser een actieve houding moet aannemen om zijn rechten te beschermen en dat de ruime overgangsperiode voldoende gelegenheid bood om tijdig een aanvullende aanvraag in te dienen.
De medische informatie die eiser had overgelegd werd door de medisch adviseur beoordeeld als vergelijkbaar met de situatie in 2004, waarin het letsel als zeer ernstig was ingedeeld. Er was geen sprake van een ernstiger letselcategorie. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvullende aanvraag heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is.