Eiser verhuurt een woning die hij huurt van Portaal en vordert ontruiming van gedaagde die sinds begin 2018 in de woning verblijft. Eiser stelt dat gedaagde zonder recht of titel verblijft en dat er sprake is van wanprestatie wegens niet-betaling van huur sinds maart 2018.
Gedaagde voert verweer dat er een mondelinge huurovereenkomst is en dat hij huur heeft betaald, deels contant en deels via bank, waarbij de laatste termijnen niet zijn voldaan omdat eiser de bankbetalingen niet accepteert. De kantonrechter stelt vast dat de omstandigheden wijzen op een huurovereenkomst, mede omdat gedaagde de woning heeft opgeknapt en stoffering heeft aangebracht.
De huurachterstand betreft slechts twee maanden en het is niet aannemelijk dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden wegens deze beperkte achterstand. Daarnaast is onduidelijk of gedaagde toerekenbaar tekortschiet, mede doordat eiser betalingen heeft geweigerd. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.