ECLI:NL:RBMNE:2019:4074
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woninguitbreiding binnen bestemmingsplan
Derde-partij vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een verdieping op de aanbouw van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn verleende deze vergunning, waarna eisers bezwaar maakten dat de bouwplanregels werden overschreden.
De rechtbank stelde vast dat het bouwplan als uitbreiding van het hoofdgebouw moet worden gezien en dat het college gebonden was de vergunning te verlenen omdat geen weigeringsgronden van artikel 2.10, eerste lid, Wabo van toepassing waren. Eisers trokken enkele gronden in, waardoor die niet meer behandeld werden.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de planregels, met name artikel 15.2.1 onder f, dat een overgangsrechtelijke bepaling is voor bestaande bouwwerken. De rechtbank volgde het college in de uitleg dat deze bepaling niet van toepassing is op de nieuwe bouwplannen en dat de maximale goothoogte van 6 meter, zoals op de verbeelding aangegeven, geldt.
Ook het welstandsadvies werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld, aangezien eisers geen tegenadvies van een deskundige hadden overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor woninguitbreiding wordt ongegrond verklaard.