ECLI:NL:RBMNE:2019:4080
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging AOW-pensioen naar gehuwdennorm na samenwoning
Eisers, sinds 1961 gehuwd en sinds 2002 duurzaam gescheiden levend, ontvingen een AOW-pensioen op basis van de alleenstaandennorm. Na constatering dat eiseres per 1 juli 2018 bij eiser was ingetrokken, verlaagde de Sociale Verzekeringsbank (SVB) het pensioen per 1 augustus 2018 naar de gehuwdennorm.
Eisers betoogden dat zij feitelijk gescheiden leefden en dat de echtscheiding formeel niet was ingeschreven door een administratieve fout. Zij stelden dat de tijdelijke samenwoning van eiseres bij eiser geen aanleiding mocht zijn voor verlaging van het pensioen. De SVB handhaafde haar besluit omdat eisers wettelijk nog gehuwd zijn en samenwonen.
De rechtbank oordeelde dat de SVB terecht heeft gehandeld. De wettelijke gehuwdstatus en het samenwonen per 1 juli 2018 voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van de gehuwdennorm. De intentie tot scheiding en de tijdelijke aard van de samenwoning zijn juridisch niet relevant. Ook was er geen grond voor een informatieplicht van de SVB voorafgaand aan de verlaging.
De beroepen van eisers werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van het AOW-pensioen naar de gehuwdennorm.