ECLI:NL:RBMNE:2019:4081
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opschorting en beëindiging bijstandsuitkering wegens niet-naleving informatieplicht niet onredelijk
Eiseres ontving sinds 1998 bijstand op grond van de Participatiewet. Verweerder nodigde haar uit voor gesprekken en een huisbezoek door een medisch adviseur, waarbij zij niet verscheen en niet meewerkte. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Verweerder schortte de uitkering op en beëindigde deze vervolgens. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij te weinig tijd had voor het huisbezoek en dat haar medische klachten haar verhinderden mee te werken.
De rechtbank oordeelde dat een termijn van één dag voor het huisbezoek redelijk was, mede omdat het een huisbezoek betrof waarbij eiseres niet hoefde te reizen of bijzondere voorbereidingen te treffen. Eiseres had bovendien de mogelijkheid om uitstel te vragen, wat zij niet heeft gedaan. Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing had geleverd waaruit bleek dat zij niet in staat was om aan de verzoeken van verweerder te voldoen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet voldeed aan haar informatie- en medewerkingsplicht en dat zij hiervoor een verwijt kan worden gemaakt. Verweerder heeft terecht gebruikgemaakt van zijn bevoegdheid tot opschorting en beëindiging van de bijstand. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen opschorting en beëindiging van haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.