Eiser ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door verweerder begeleid via re-integratietrajecten bij Connect en vervolgens Jelloo. Omdat eiser onvoldoende meewerkte en afspraken zonder bericht niet nakwam, legde verweerder hem twee maatregelen op waarbij zijn bijstand voor respectievelijk één en twee maanden volledig werd verlaagd.
Eiser maakte bezwaar tegen de maatregelen en stelde onder meer dat het traject bij Jelloo niet passend was en dat verweerder onvoldoende maatwerk had geleverd. De rechtbank oordeelde dat het Plan van Aanpak, waarin het traject bij Jelloo was vastgesteld, niet ter beoordeling stond en dat eiser verplicht was mee te werken aan het traject. Eiser had zonder geldige reden afspraken gemist, waaronder een intake op 30 november 2018.
Verder wees de rechtbank het beroep af omdat eiser onvoldoende had onderbouwd dat er dringende redenen waren om de maatregel af te stemmen op zijn situatie. De maatregelen waren bedoeld om medewerking af te dwingen en waren niet disproportioneel of te kort op elkaar gegeven. Het beroep werd ongegrond verklaard en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.