ECLI:NL:RBMNE:2019:4150

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 september 2019
Publicatiedatum
6 september 2019
Zaaknummer
NL18.3908
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Belegger kan fondsbeheerder en communicatieagent niet aanspreken voor betaling uit Luxemburgs beleggingsfonds

De zaak betreft een belegger die participaties had in het Luxemburgse Central America Timber Fund (CATF) en deze participaties heeft opgezegd. Het fonds betaalde slechts een deel van de waarde van deze participaties uit, waarna de belegger betaling eiste van de fondsbeheerder Baum Management S.À.R.L. en de Client Communication Agent Öko-Life B.V. De rechtbank oordeelde dat de belegger zijn vorderingen baseert op nakoming van de overeenkomst met het fonds zelf en niet met de fondsbeheerder of communicatieagent.

De belegger had via een prospectus ingestemd met Luxemburgs recht, waaronder de fondsbeheerder en communicatieagent enkel hun specifieke rollen vervullen. De rechtbank stelde vast dat alleen het fonds CATF de wederpartij is en de schuldenaar van de belegger. De fondsbeheerder en communicatieagent zijn niet gehouden tot betaling, omdat er geen sprake was van een toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad van hun zijde.

De rechtbank wees daarom alle vorderingen van de belegger af, inclusief rente en kosten. De belegger werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van Öko werden begroot op €5.172 en aan de zijde van Baum op nul. Hiermee bevestigde de rechtbank dat de juridische relatie en betalingsverplichting uitsluitend tussen belegger en fonds bestaat, conform het Luxemburgse recht en het prospectus.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de belegger tegen de fondsbeheerder en communicatieagent af en veroordeelt hem in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis
_________________________________________________________________ _
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
zaaknummer: NL18.3908
Vonnis van 3 september 2019
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eiser, hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat J. Pijtak,
tegen

1.de vennootschap naar buitenlands rechtBAUM MANAGEMENT S.À.R.L.,gevestigd te Hilversum,verweerder,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidÖKO-LIFE B.V.,gevestigd te Hilversum,verweerder,advocaat P. Koorn te Rotterdam,

Partijen worden hierna genoemd: [eiser] , Baum en Öko.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het incidenteel vonnis van 26 juni 2018
  • het verweerschrift 5 september 2018
  • de conclusie van [eiser] 24 oktober 2018
  • de conclusie van Öko van 21 november 2018
  • het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 16 april 2019
  • de pleitaantekeningen van de advocaat van Öko
  • de opmerkingen over het proces-verbaal van de advocaat van Öko.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zou komen.

2.De beoordeling

Waarover gaat het en wat is het oordeel van de rechtbank?
2.1.
[eiser] heeft belegd in teakhout op een plantage in Costa Rica. Hij deed dit via een Luxemburgs fonds, het Central America Timber Fund (verder: CATF). [eiser] heeft zijn participaties in dit fonds opgezegd. Het fonds moet de waarde daarvan aan hem uitbetalen. Dat is tot een bedrag van € 73.230,03 (inclusief rente tot 8 mei 2018) niet gebeurd. [eiser] eist nu betaling door Baum, de door CATF aangestelde fondsbeheerder, en/of door Öko, de door CATF aangestelde ‘Client Communication Agent’.
De rechtbank wijst alle eisen af, wat zij hierna uitlegt.
Wat is er gebeurd?
2.2.
[eiser] belegde in teakhout. Hij deed dit door overeenkomsten met dat doel te sluiten met de Stichting Terra Vitalis (verder: Terra Vitalis). In totaal heeft hij dit zeven keer zo gedaan in een periode van 2002 tot en met 2007.
2.3.
In oktober 2010 is aan [eiser] meegedeeld dat Terra Vitalis op zoek ging naar een andere structuur, met als gevolg dat [eiser] werd aangeboden voortaan met certificaten deel te nemen in CATF. Anders dan bij Terra Vitalis had [eiser] niet langer recht op de opbrengst van teakbomen op een concreet aangewezen stuk grond, maar verkreeg hij units die recht gaven op een deel van de gehele opbrengst binnen CATF, naar rato van zijn deelneming.
2.4.
De units werden uitgegeven door CATF. De uitgifte van de units gebeurde op basis van een prospectus (‘Information Memorandum’), waarin het Luxemburgs recht van toepassing is verklaard. Hetzelfde geldt voor de aan dit prospectus gekoppelde ‘Management Regulations’. In het Information Memorandum wordt Baum genoemd als fondsbeheerder (‘Management Company’) en Baum als rechtspersoon aan wie de communicatie met de deelnemers is uitbesteed (‘Client Communication Agent’).
2.5.
[eiser] heeft eerst in 2013 en daarna in 2015 laten weten zijn deelneming te willen beëindigen. De eerste keer is dat verzoek niet gehonoreerd, de tweede keer wel. CATF heeft ruim 28% van het met de deelneming gemoeide bedrag aan [eiser] uitbetaald. De rest eist [eiser] in deze rechtszaak op bij Baum en bij Öko.
Welk recht is van toepassing?
2.6.
Het Luxemburgs recht is van toepassing. Dat volgt uit het prospectus van het fonds (CATF) waarin [eiser] is gaan deelnemen. De stelling van [eiser] dat hij dit prospectus niet ontving, passeert de rechtbank. [eiser] tekende voor ontvangst en kennisneming toen hij ging deelnemen. De stelling dat [eiser] nergens heeft getekend voor toepasselijkheid van het prospectus, is onjuist. Zijn ondertekening van zijn verzoek tot deelneming in het fonds, betekent instemming met de toepasselijkheid en inhoud van het prospectus. Dat geldt dus ook voor de rechtskeuze in dat prospectus. Een afzonderlijk document in de vorm van een door CATF en door [eiser] te ondertekenen overeenkomst, is daarvoor niet nodig. De conclusie is dat Luxemburgs recht van toepassing is.
Wie is de schuldenaar van [eiser] ?
2.7.
[eiser] baseert zijn eis op nakoming. Hij maakt Baum en Öko niet een verwijt dat zij fout handelden als beheerder van het fonds of als ‘communicator’. Er is dus geen sprake van een toerekenbare tekortkoming of een onrechtmatige daad van deze twee in hun hoedanigheden van beheerder en ‘communicator’.
2.8.
Volgens [eiser] is onduidelijk wie nou precies zijn wederpartij is. De rechtbank vindt dit juist heel duidelijk: dat is CATF. Dit volgt alleen al uit het feit dat CATF het fonds is dat de certificaten heeft uitgegeven aan [eiser] . Hij neemt deel in dit fonds en kan dit fonds houden aan wat staat in het Information Memorandum. Onder meer heeft [eiser] recht op betaling van zijn participaties door CATF als hij zijn deelneming beëindigt.
CATF heeft
  • de wens van [eiser] tot beëindiging van de deelneming gehonoreerd
  • haar betalingsplicht daarna erkend voor een bedrag tot twee cijfers achter de komma
  • een vooraf aangekondigd percentage daarvan met vertraging uitbetaald
  • aangekondigd dat zij meer zal betalen als zij in de toekomst plantages of geoogste bomen verkoopt.
Aan dit alles is helemaal niets onduidelijk. De berichten aan [eiser] houden ook zeker niet in dat Baum en/of Öko zich opwerpen als zelfstandig schuldenaar van [eiser] .
Dat Baum beheerder is van het fonds en dat Öko de communicatie verzorgt, maakt niet dat zij volgens het Luxemburgse recht in plaats van CATF de schuldenaar worden van [eiser] .
De eindconclusie
2.9.
Omdat [eiser] alleen CATF kan aanspreken om de restantbetaling te verrichten, wordt zijn eis afgewezen dat Baum en/of Öko deze betaling doen. Omdat de eis tot betaling van deze hoofdsom wordt afgewezen, worden ook de bijkomende eisen (rente, buitengerechtelijke kosten en juridische kosten) afgewezen.
2.10.
[eiser] verliest deze rechtszaak. Dat betekent dat hij zijn eigen proceskosten moet dragen en die van Öko en Baum moet vergoeden. De kosten aan de zijde van Öko worden begroot op € 1.950,- aan griffierecht en op € 3.222,- (3,0 punten × tarief € 1.074,-) aan salaris voor de advocaat. Samen is dat € 5.172,-. De kosten aan de zijde van Baum worden begroot op nul.

3.De beslissing

De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt [eiser] uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten, aan de zijde van Öko begroot op € 5.172,- en aan de zijde van Baum op nul.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op
3 septemeber 2019.