Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2014, hebben op 24 oktober 2017 een overeenkomst gesloten waarin de man zich verbindt tot het storten van €50 per maand op een spaarrekening van het kind. De vrouw verzocht de rechtbank om deze bijdrage te bevestigen en daarnaast een verhoging van €150 per maand vanaf maart 2019.
De rechtbank oordeelt dat de man gehouden is aan de oorspronkelijke afspraak en veroordeelt hem tot betaling van €1.100 over de periode van oktober 2017 tot augustus 2019 en voortzetting van €50 per maand vanaf augustus 2019 op de spaarrekening van het kind. Het verzoek tot verhoging wordt afgewezen omdat de vrouw geen wijziging van omstandigheden of behoefte heeft onderbouwd.
De man had de bijdrage tijdelijk op een andere rekening gestort zonder overleg, wat niet is toegestaan. De rechtbank benadrukt dat de man niet zelfstandig de afspraak mocht wijzigen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.