ECLI:NL:RBMNE:2019:424

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 februari 2019
Publicatiedatum
7 februari 2019
Zaaknummer
7255527
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 4 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling montagekosten voor bureau ondanks ontbreken montagehandleiding

In deze zaak vordert eiseres betaling van montagekosten ad €110,11 plus wettelijke handelsrente van gedaagde, die een bureau bij eiseres heeft gekocht. Gedaagde stelt dat hij deze kosten niet hoeft te betalen omdat bij levering geen montagehandleiding was bijgevoegd en de door eiseres toegezonden instructie en tekening onduidelijk waren.

De kantonrechter oordeelt dat de koopovereenkomst en de montageovereenkomst als aparte overeenkomsten moeten worden gezien. Het niet nakomen van de koopovereenkomst door het ontbreken van een montagehandleiding betekent niet dat gedaagde de montagekosten niet hoeft te voldoen. Bovendien heeft gedaagde onvoldoende concreet gemaakt waarom de instructie en tekening ondeugdelijk zouden zijn.

Daarnaast wijst de kantonrechter de vordering van eiseres toe voor buitengerechtelijke incassokosten van €40,00 conform artikel 6:96 lid 4 BW Pro. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en de proceskosten van €265,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van montagekosten, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 7255527 UC EXPL 18-11118 RB/40162
Vonnis van 13 februari 2019
inzake
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [eiseres] ,
eisende partij,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen:
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
vertegenwoordigd door [A] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 oktober 2018, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de conclusie van repliek, met producties,
- de conclusie van dupliek, met producties,
- de akte uitlating producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde] heeft van [eiseres] een bureau gekocht. Op de website van [eiseres] werd vermeld dat de meeste producten van [eiseres] eenvoudig te monteren zijn door middel van een bijgevoegde montagehandleiding. Bij de levering van het bureau bleek een montagehandleiding te ontbreken. Nadat [gedaagde] om een montagehandleiding had gevraagd, heeft [eiseres] per e-mail een korte instructie aan [gedaagde] gezonden, met daarbij een tekening. [gedaagde] vond deze instructie en tekening niet duidelijk. [eiseres] en [gedaagde] zijn naar aanleiding daarvan overeengekomen dat [eiseres] het bureau tegen betaling zou monteren. Na afloop van de montage heeft [eiseres] € 110,11 bij [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] vindt dat hij deze kosten niet hoeft te betalen omdat hij geen deugdelijke montagehandleiding heeft ontvangen. In deze procedure vordert [eiseres] de betaling van de montagekosten van € 110,11, vermeerderd met de wettelijke handelsrente.
2.2.
De kantonrechter zal deze vordering toewijzen. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet, om de volgende redenen. Om te beginnen zijn de koopovereenkomst met betrekking tot het bureau en de montageovereenkomst aparte overeenkomsten. Als [eiseres] de koopovereenkomst niet nakomt, brengt dat op zichzelf niet mee dat [gedaagde] de montagekosten niet hoeft te betalen. Daar komt bij dat [gedaagde] niet concreet heeft gemaakt wat er aan de door [eiseres] toegezonden instructie en tekening schort. [gedaagde] stelt weliswaar dat hij het bureau niet aan de hand van die instructie en tekening kan monteren, maar maakt niet duidelijk op welke punten deze onjuist of onduidelijk zijn. Uit het enkele gegeven dat de tekening handgemaakt is, valt niet af te leiden dat deze ondeugdelijk is. Ook hierom slaagt het verweer van [gedaagde] niet.
2.3.
[eiseres] vordert € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Dit komt overeen met het in het artikel 6:96 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
2.4.
[gedaagde] krijgt ongelijk en zal daarom in de proceskosten aan de kant van [eiseres] worden veroordeeld. Deze worden begroot op:
- dagvaarding € 86,00
- griffierecht € 119,00
- salaris gemachtigde €
60,00(2 punten x tarief € 30,00)
Totaal € 265,00

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 151,86, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 110,11 vanaf 1 oktober 2018 tot de voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 265,00, waarin begrepen € 60,00 aan salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis tot uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2019.