De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de vader om vervangende toestemming te verlenen voor de sterilisatie van zijn 16-jarige zoon met een laag IQ en autistische kenmerken. De ouders waren gescheiden en woonden gescheiden; de moeder gaf geen toestemming voor de sterilisatie.
De rechtbank stelde vast dat de zoon wilsonbekwaam is om zelf te beslissen over de sterilisatie. Gezien het grote en ingrijpende karakter van de ingreep en de terughoudendheid die jurisprudentie voorschrijft bij medische beslissingen over minderjarige kinderen, wees de rechtbank het verzoek af. De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind voorop staat en dat de argumenten van de vader onvoldoende waren om van deze terughoudendheid af te wijken.
De rechtbank nam mee dat het niet vaststaat dat de zoon een gehandicapt kind zal krijgen, noch dat hij ongelukkig zal zijn als hij geen kinderen kan krijgen. Ook het risico op seksueel overschrijdend gedrag was geen reden voor sterilisatie, aangezien deze ingreep dat risico niet wegneemt. De belangen van derden, zoals de moeder van een toekomstig kind of de ouders zelf, wegen niet zwaarder dan het belang van het kind.
De rechtbank besloot ook de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking werd openbaar uitgesproken op 16 augustus 2019 en kan door tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.