ECLI:NL:RBMNE:2019:442

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 januari 2019
Publicatiedatum
8 februari 2019
Zaaknummer
7108690 UC FORM 18-8680 rch/1466
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 1 sub b Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 25 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 2 Verordening (EG) nr. 861/2007Art. 108 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsgeschil inzake forumkeuze in grensoverschrijdende Europese procedure geringe vorderingen

De zaak betreft een Europese procedure voor geringe vorderingen tussen een Nederlandse besloten vennootschap en een Duitse gedaagde. De vordering valt binnen het toepassingsgebied van de Verordening (EG) nr. 861/2007, die grensoverschrijdende civiele en handelszaken met een waarde tot €5.000 regelt.

De kantonrechter beoordeelde de rechtsmacht op grond van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel Ibis). Volgens artikel 7 lid 1 sub b van Pro deze verordening is de Duitse rechter bevoegd omdat de roerende zaken in Duitsland zijn geleverd. De verzoekende partij stelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van een forumkeuzebeding (artikel 25 Brussel Pro Ibis-Vo).

De kantonrechter oordeelde dat het forumkeuzebeding materieel nietig is volgens artikel 108 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat het beding in de algemene voorwaarden is opgenomen voorafgaand aan het geschil. Hierdoor heeft dit beding geen rechtsgevolg. Daarom blijft de Duitse rechter bevoegd en verklaart de Nederlandse kantonrechter zich onbevoegd.

Uitkomst: De Nederlandse kantonrechter verklaart zich onbevoegd omdat de Duitse rechter bevoegd is op grond van Brussel Ibis-Vo artikel 7 lid 1 sub b.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 7108690 UC FORM 18-8680 rch/1466
Beschikking van 23 januari 2019
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. R.H.M. Bus,
tegen:
[verweerster],
wonende te [postcode] [woonplaats] , Duitsland,
verwerende partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van het standaard vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening), ingekomen ter griffie op 30 juli 2018.
1.2.
Per heden is beschikking bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 5.000,00, behoudens de in artikel 2 van Pro de Verordening genoemde uitzonderingen.
2.2.
De kantonrechter stelt vast dat het verzoek binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt.
2.3.
De Verordening bevat geen bepalingen die rechtsmacht schept voor de Nederlandse rechter. De bevoegdheidsregels hiervoor staan in Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel Ibis-Vo).
2.4.
De kantonrechter overweegt dat in de onderhavige procedure de Nederlandse rechter geen bevoegdheid kan ontlenen aan de bevoegdheidsbepalingen uit de Brussel Ibis-Vo. Op grond van artikel 7 lid 1 sub b van Pro de Brussel Ibis-Vo komt bevoegdheid toe aan de Duitse rechter, omdat de roerende zaken uit de koopovereenkomst in Duitsland zijn geleverd.
2.5.
Verzoekende partij stelt echter in het standaard vorderingsformulier A dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt op grond van een forumkeuze (ex artikel 25 Brussel Pro Ibis-Vo). Partijen kunnen overeenkomstig dit wetsartikel exclusieve bevoegdheid voor een bepaald nationaal gerecht afspreken, tenzij deze overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft.
2.6.
De kantonrechter overweegt dat het forumkeuzebeding, waar verzoekende partij zich op beroept, materieel nietig is, gelet op de voorwaarden van artikel 108 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering. Immers, een forumkeuze opgenomen in de algemene voorwaarden (aangegaan vóór het ontstaan van het geschil) leidt ertoe dat dit deel van de overeenkomst geen gevolg heeft.
2.7.
De kantonrechter concludeert dat in de onderhavige procedure artikel 7 lid 1 sub b van Pro de Brussel Ibis-Vo doorslaggevend blijft voor het bepalen van de bevoegdheid van de rechter. Nu de Duitse rechter bevoegd is, dient de (Nederlandse) kantonrechter zich onbevoegd te verklaren.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, en is in het openbaar uitgesproken op
23 januari 2019.