ECLI:NL:RBMNE:2019:4425
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen WOZ-waarde woning met geautomatiseerde vaststelling
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vaststelling van de WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 2004 centraal. Verweerder heeft de waarde van de woning vastgesteld op €463.000,- voor het belastingjaar 2018, welke eiser betwist. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze waarde en het daarop volgende besluit op bezwaar, maar deze zijn door verweerder gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft geformuleerd en de aanvullingen tijdens de zitting. Diverse bezwaren van eiser, zoals het ontbreken van notulen van de hoorzitting en het niet vermelden van namen van hoorders, werden verworpen omdat de WOZ-beschikking geautomatiseerd is vastgesteld en er geen persoon bij de inhoudelijke voorbereiding betrokken was. Ook het ontbreken van een handtekening op het taxatierapport werd geaccepteerd na verklaring van de taxateur.
De rechtbank acht het taxatierapport en de onderliggende waarderingsmethode, inclusief vergelijking met referentiewoningen en correcte toepassing van m2-waardes en grondprijzen, voldoende aannemelijk om de vastgestelde waarde te ondersteunen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.