ECLI:NL:RBMNE:2019:4444
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar WOZ-waarde wegens schending hoorplicht en zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats, vastgesteld op €352.000 voor het belastingjaar 2018. Hij vordert een lagere waarde van €309.000. Verweerder handhaaft de waarde. De rechtbank oordeelt dat eiser ten onrechte niet is gehoord tijdens de bezwaarprocedure, ondanks zijn verzoek daartoe, en dat de taxateur de woning niet inpandig heeft opgenomen bij de uitspraak op bezwaar, wat het zorgvuldigheidsbeginsel schendt.
De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar wegens strijd met de hoorplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel. Desondanks acht de rechtbank de vastgestelde waarde aannemelijk gemaakt door verweerder met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen worden vergeleken. De matige staat van onderhoud en ligging zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende in de waardering verwerkt.
De rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar blijven daarom in stand en de waarde van €352.000 wordt gehandhaafd. Verweerder wordt opgedragen het door eiser betaalde griffierecht van €46 te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 20 augustus 2019.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending hoorplicht en zorgvuldigheidsbeginsel, maar de WOZ-waarde van €352.000 blijft in stand.