ECLI:NL:RBMNE:2019:4459
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning rijksmonument volgens standaard vergelijkingsmethode
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning die een rijksmonument is, gelegen op een perceel van 1765 m2 met een inhoud van 1916 m3. De heffingsambtenaar van de gemeente Baarn stelde de waarde voor het belastingjaar 2018 vast op €1.776.000, welke door de eigenaar werd bestreden met een lagere waarde van €1.400.000.
De rechtbank toetste de waardebepaling aan de hand van de standaard vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt vastgesteld door vergelijking met verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rondom de waardepeildatum. Van de vier referentiewoningen werden twee als onvoldoende vergelijkbaar beoordeeld en buiten beschouwing gelaten. De twee overgebleven referentiewoningen vormden een voldoende basis om de waarde te onderbouwen.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat een verkoopcijfer van een woning die meer dan een jaar na de waardepeildatum werd verkocht, moest worden betrokken. Ook het argument dat de monumentale status een waardedrukkend effect zou hebben werd niet gevolgd, omdat de vergelijkbare referentiewoning ook een rijksmonument is en geen lagere verkoopprijs liet zien.
Verder werd het verschil in waardering van de uitstraling van de woning tussen eiser en verweerder besproken. De rechtbank achtte het oordeel van de deskundige taxateur, die de uitstraling als 'goed' kwalificeerde, objectief en voldoende onderbouwd, en verwierp het subjectieve standpunt van eiser.
Al met al concludeerde de rechtbank dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.776.000 wordt ongegrond verklaard.