ECLI:NL:RBMNE:2019:4566
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging afpersing van 60.000 euro
Drie mannen werden verdacht van poging afpersing van een bedrag van 60.000 euro, waarbij zij het slachtoffer in november 2017 bedreigden en benaderden. De aangever verklaarde dat de mannen hem bedreigden met de dood als hij niet betaalde. De rechtbank achtte de verklaring van de aangever in de kern betrouwbaar.
Echter, volgens artikel 342 lid 3 Sv Pro is de enkele verklaring van één getuige onvoldoende voor bewezenverklaring. De rechtbank vond dat de verklaringen van de partner van de aangever op essentiële punten tegenstrijdig en onbetrouwbaar waren. Ook andere getuigenverklaringen waren van horen zeggen en boden geen onafhankelijk bewijs.
Het tapgesprek uit het dossier bood geen concrete bevestiging van de afpersing. Gezien het ontbreken van voldoende aanvullend bewijs sprak de rechtbank de verdachten vrij. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig bewijs was om de tenlastelegging te bewijzen.
De uitspraak werd op 2 oktober 2019 door de meervoudige kamer van Rechtbank Midden-Nederland te Utrecht gedaan. De vrijspraak geldt voor alle ten laste gelegde gedragingen.
Uitkomst: Verdachten vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor poging afpersing.