ECLI:NL:RBMNE:2019:4568
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging afpersing in Rhenen
Drie mannen werden verdacht van poging tot afpersing van een bedrag van 60.000 euro in november 2017 in Rhenen. De aangever verklaarde dat hij bedreigd werd met de mededeling dat hij anders niet meer levend thuis zou komen. De rechtbank achtte de verklaring van de aangever in de kern betrouwbaar, maar stelde dat een enkele getuigenverklaring onvoldoende is voor een bewezenverklaring.
De partner van de aangever, een belangrijke getuige, gaf wisselende en tegenstrijdige verklaringen die afweken van die van de aangever, waardoor haar verklaringen niet betrouwbaar werden geacht. Ook andere getuigen leverden geen onafhankelijk bewijs dat het verhaal van de aangever ondersteunde. Tapgesprekken en andere dossierstukken boden onvoldoende concrete bevestiging.
De verdediging voerde vormverzuimen aan, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren omdat de vermeende operationele actie niet had plaatsgevonden en de tap niet was aangesloten voor die operatie. Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat er onvoldoende wettig bewijs was om de verdachten te veroordelen en sprak hen vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachten worden vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor poging tot afpersing.