ECLI:NL:RBMNE:2019:4710
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter vanwege vermeende vooringenomenheid. Hij stelde dat de rechter onjuistheden presenteerde over zijn weigering het proces-verbaal te ondertekenen en onterecht aannam dat hij op camerabeelden een kras op een auto maakte. Tevens voelde verzoeker zich door de rechter denigrerend bejegend.
De rechter ontkende vooringenomenheid en lichtte toe dat zij tijdens de zitting de inhoud van het procesdossier met verzoeker besprak, waaronder foto’s en het ontbreken van zijn handtekening onder het verhoor. De wrakingskamer onderzocht of de onpartijdigheid van de rechter schade leed, waarbij de objectieve maatstaf centraal stond.
Uit het proces-verbaal bleek dat de rechter de stukken uit het dossier aan verzoeker voorhield en hem gelegenheid gaf te reageren. Er was geen aanwijzing voor persoonlijke vooringenomenheid. De vrees van verzoeker voor een negatieve uitspraak vormde geen grond voor wraking. De wrakingskamer verklaarde het verzoek ongegrond en bepaalde dat de strafprocedure wordt voortgezet zoals onderbroken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.