ECLI:NL:RBMNE:2019:4711
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke zaak, omdat hij meende dat de rechter vooringenomen was door het niet voldoende aannemen van zijn bewijs dat het verzetschrift tijdig was ingediend en door het sluiten van het onderzoek zonder het laatst het woord te geven.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. De kamer oordeelde dat verzoeker het wrakingsverzoek te laat had aangevuld met de grond dat hem het laatst het woord werd onthouden, waardoor die grond niet-ontvankelijk werd verklaard. Verder bleek geen sprake van persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De rechter had de regie over de zitting en gaf verzoeker meerdere kansen om bewijs aan te dragen. Het sluiten van het onderzoek en het aankondigen van een mondelinge uitspraak duiden niet op vooringenomenheid. De wrakingskamer verklaarde het verzoek voor het overige ongegrond en bepaalde dat de procedure in de oorspronkelijke stand wordt voortgezet.
Uitkomst: Wrakingsverzoek deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard; procedure wordt voortgezet.