Eiseres en haar toenmalige echtgenoot sloten in 2004 en 2005 hypothecaire leningen bij Volksbank voor de aankoop en bouw van een woning. De woning werd bewoond door hen en de ouders van eiseres. In 2009 konden zij de maandelijkse lasten niet meer dragen en werd de woning verkocht met een restschuld.
Eiseres stelde dat Volksbank onrechtmatig handelde door overkreditering: de bank had het inkomen van haar bejaarde ouders ten onrechte meegerekend, waardoor een hogere lening werd verstrekt dan verantwoord was. Zij vorderde vergoeding van te veel betaalde restschuld, rente en fiscale schade.
Volksbank voerde aan dat het gezamenlijke inkomen van alle bewoners werd meegewogen en dat de leningen correct waren verstrekt. De rechtbank oordeelde dat het inkomen van de ouders niet mee had mogen tellen vanwege hun hoge leeftijd en het risico dat dit inkomen zou wegvallen. Echter, er was geen causaal verband tussen deze overweging en de schade van eiseres, mede omdat de betalingsproblemen vooral samenhingen met het verlies van werk door haar echtgenoot.
Ook de stelling dat het eigen vermogen van € 50.000,- ten onrechte als eigen inbreng was meegenomen, werd niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat er geen grond was voor schadevergoeding of een verklaring voor recht dat eiseres niets meer verschuldigd was.
Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, die werden vastgesteld op € 7.360,- plus wettelijke rente.