ECLI:NL:RBMNE:2019:4723
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning en afwijzing verzoek schadevergoeding
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2018, vastgesteld op €515.000,-. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waaruit blijkt dat de waarde op juiste wijze is bepaald door vergelijking met referentiewoningen.
Eiser voerde aan dat de woning gebreken vertoont door scheurvorming en verzakking, onderbouwd met foto’s. Deze foto’s waren reeds in een eerdere procedure beoordeeld en leidden niet tot een ander oordeel over de staat van onderhoud. De rechtbank acht de stellingen van eiser onvoldoende onderbouwd en het verweer van verweerder overtuigend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af, omdat niet is gebleken dat de redelijke termijn is overschreden. De uitspraak is gedaan door rechter N.M.H. van Ek op 4 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.