De gecertificeerde instelling (GI) heeft met spoed toestemming gevraagd voor de verplaatsing van een pleegkind dat minstens een jaar bij pleegouders verbleef naar een 24-uurs crisisgezinshuis. Deze spoedplaatsing was vooraf onrechtmatig omdat de GI geen toestemming van de kinderrechter had gevraagd. De rechtbank constateert dat de GI ernstig tekort is geschoten in het naleven van de wettelijke vereisten, maar erkent dat de spoedplaatsing noodzakelijk was omdat pleegouders de zorg niet langer konden bieden.
De moeder van het kind heeft bezwaar gemaakt tegen de spoedplaatsing en verzocht om terugplaatsing van het kind bij haar thuis en vervanging van de GI. De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor gewijzigde omstandigheden bij de moeder en dat het kind niet terug kan naar haar. Ook is er geen reden om de GI te vervangen, mede omdat geen alternatief beschikbaar is.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder grotendeels af, verleent de GI toestemming voor de wijziging van het verblijf tot 15 september 2019 en benadrukt dat voor de andere kinderen ambulante hulpverlening noodzakelijk is. De GI wordt opgeroepen deze hulpverlening adequaat op te pakken en passende stappen te ondernemen bij eventuele tegenwerking.