ECLI:NL:RBMNE:2019:4787
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie terecht opgelegd wegens onvoldoende benutting tweedespoortraject
De zaak betreft een geschil tussen een werkgever en het UWV over de opgelegde loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweedespoortraject van een zieke werknemer. De werknemer was uitgevallen wegens medische klachten en volgde een activatieprogramma bij een behandelaar. De werkgever stelde dat dit programma onderdeel was van het tweedespoortraject, waardoor het traject niet was beëindigd.
De rechtbank stelt vast dat de bedrijfsarts en het re-integratiebureau het tweedespoortraject in juli 2017 hebben stopgezet vanwege onvoldoende belastbaarheid van de werknemer. Er is geen medische onderbouwing dat het activatieprogramma een voortzetting van het tweedespoortraject vormde. De verzekeringsartsen van het UWV concludeerden dat er geen medische redenen waren om het traject te staken en dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd.
De rechtbank volgt het standpunt van het UWV en wijst het beroep van de werkgever af. De loonsanctie is terecht opgelegd omdat de werkgever niet heeft aangetoond dat het activatieprogramma onderdeel was van het tweedespoortraject en onvoldoende heeft gereageerd op de stagnatie in het re-integratieproces.
Uitkomst: De loonsanctie is terecht opgelegd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweedespoortraject heeft verricht.