Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 oktober 2019 in de zaak tussen
[eiseres] V.O.F., te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
.De beroepsgrond van eiseres slaagt niet.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een werkgever, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht voor een werkneemster met een Wajong-uitkering en een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100%. De werkneemster was sinds 2011 werkzaam bij eiseres en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV nam haar WIA-aanvraag niet in behandeling en legde de loonsanctie op.
Eiseres voerde aan dat de werkneemster volledig arbeidsongeschikt was en dat de re-integratieverplichtingen daarom niet van toepassing waren. De rechtbank oordeelde echter dat de werkgever wel degelijk re-integratieverplichtingen heeft op grond van de Wet WIA, ook bij een Wajong-uitkering in de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de bedrijfsarts onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een situatie van 'geen benutbare mogelijkheden' (GBM).
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de medische informatie niet aannemelijk maakte dat de werkneemster geen re-integratiemogelijkheden had en dat de sociaal-medische begeleiding niet voldoende adequaat was. De rechtbank volgde dit oordeel en oordeelde dat de loonsanctie terecht was opgelegd en dat het verzoek tot bekorting van de loonsanctie terecht was afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt ongegrond verklaard.