Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De beoordeling
3.De beslissing
niet-ontvankelijkin de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de ontnemingsvordering tegen verdachte, die tevens onderwerp was van een strafzaak met hetzelfde parketnummer. Tijdens de inhoudelijke behandeling op 15 oktober 2019 werd vastgesteld dat het Openbaar Ministerie in de strafzaak niet-ontvankelijk was verklaard in de vervolging van verdachte.
Gezien deze niet-ontvankelijkheid in de strafzaak, ontbrak de juridische grondslag voor het opleggen van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank besloot daarom ook het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer op 29 oktober 2019, na meerdere zittingen waarin de standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging werden gehoord. Hiermee werd de vordering tot ontneming definitief afgewezen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens niet-ontvankelijkheid in de vervolging.