Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 30 september 2019;
- de schriftelijke reactie van mr. J.O. Zuurmond van 1 oktober 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter in een civiele zaak, op grond van vermeende onpartijdigheid. De gronden waren het ontbreken van een proces-verbaal van een zitting waarop verzoeker aanwezig was en een prikkelende vraag van de rechter tijdens die zitting.
De rechtbank erkende dat het proces-verbaal niet aan verzoeker was toegezonden en bood excuses aan voor de onzorgvuldigheid. De rechter herinnerde zich de zitting niet precies, maar stelde dat zijn vraag bedoeld was om verzoeker aan te sporen zijn standpunt te onderbouwen en niet uit vooringenomenheid voortkwam.
Hoewel het wrakingsverzoek formeel te laat was ingediend, besloot de rechter het toch inhoudelijk te laten beoordelen. De wrakingskamer oordeelde echter dat het verzoek niet tijdig was gedaan volgens artikel 37 Rv Pro en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk.
De beslissing werd genomen door de meervoudige wrakingskamer en uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2019. De zaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.