Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 7 november 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
met leden van het College van PG’s, of met diens voorzitter of met functionarissen vallend onder dit College of het OM,
horende bij of voortkomend uit al dan niet reguliere ‘overlegvergadering’ of besprekingen met het College van PG’s, leden daarvan of functionarissen of organen daaronder vallend, betreffende de ‘minder-Marokkanen-uitspraak” en eventuele vervolging.’
alle documenten over de eventuele vervolging van [A] bij of onder het ministerie van Justitie en Veiligheid en het toenmalige ministerie van Veiligheid en Justitie, waarna eiseres dit nader heeft gepreciseerd. Anders dan verweerder in het bestreden besluit 1 stelt, blijkt hieruit niet dat het verzoek van eiseres zich beperkt (qua inhoud) tot documenten die zien op de vermeende inmenging van de toenmalige minister in de vervolgingsbeslissing en (qua tijd) tot documenten van voor 10 september 2014. Ook in het bestreden besluit 2 heeft verweerder het Wob-verzoek te beperkt opgevat, door alleen de documenten die de vervolgings-beslissing betreffen in het verzoek te betrekken.
allezich onder hem bevindende documenten, zowel fysiek als digitaal, betreffende de
eventuelestrafrechtelijke vervolging van [A] vanwege zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak in 2014. Verweerder mag zich daarbij wel beperken tot documenten uit de periode vanaf de uitspraken van [A] op 19 maart 2014 tot 18 december 2014, de datum waarop het OM bekend heeft gemaakt dat [A] vanwege zijn uitspraken zou worden vervolgd. Dit heeft de gemachtigde van eiseres in zijn reactie op het verweerschrift kenbaar gemaakt en ter zitting bevestigd. Overigens ziet de rechtbank in het verzoek van eiseres in bezwaar om ook alle omgevingsdocumenten te ontvangen geen uitbreiding van het Wob-verzoek, omdat ook de omgevingsdocumenten al vallen onder het breed geformuleerde oorspronkelijke Wob-verzoek. Verweerder moet eventuele omgevingsdocumenten ook bij zijn zoekslag betrekken.
of onderverweerder, dus ook op documenten bij het OM, overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel het OM hiërarchisch gezien wel onder het Ministerie van Justitie en Veiligheid valt, behoort het anders dan het ministerie niet tot de uitvoerende, maar tot de rechterlijke macht. Om die reden zijn ook de artikelen 127 en 128 van de Wet op de rechterlijke organisatie zo expliciet in de wet opgenomen; omdat zij de minister de bevoegdheid geven aanwijzingen te geven aan een ambt van de rechterlijke organisatie. Het betoog van eiseres dat documenten bij het OM onder de minister zouden berusten, gaat dus niet op. Verweerder dient het verzoek op grond van artikel 4 van Pro de Wob wel door te zenden aan het OM, indien hij er van op de hoogte is dat zich daar (mogelijk) ook documenten bevinden die onder het Wob-verzoek vallen.
bij wijze van voorbeeld en daarmee niet uitputtend, de volgende documenten:
Verweerder moet een nieuwe zoekslag verrichten naar
alle zich onder hem bevindende documenten, zowel fysiek als digitaal, over de eventuele strafrechtelijke vervolging van [A] vanwege zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak in 2014, uit de periode 19 maart 2014 tot 18 december 2014, met inachtneming van wat hiervoor is overwogen. Verweerder moet alle documenten die onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen beoordelen, behoudens die documenten die hij al eerder in het kader van dit Wob-verzoek of dat uit 2016 heeft aangetroffen en beoordeeld. Verweerder kan bij die documenten, desgewenst, volstaan met een verwijzing naar de eerder gegeven motivering. Als verweerder documenten aantreft die niet eerder zijn beoordeeld, moet hij daarover alsnog een besluit nemen.
Verder moet verweerder nagaan en de rechtbank meedelen of een deel van de documenten die bij het bestreden besluit 2 onder geheimhouding aan de rechtbank zijn verstrekt, inmiddels ongelakt naar de Tweede Kamer is gestuurd en zo ja, hoe dit zich tot elkaar verhoudt en of dit verweerder noopt tot het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van die documenten. Als dit laatste het geval is, wordt verweerder opgedragen (ook) een nieuw besluit ten aanzien van die documenten te nemen.