Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
primair:voor recht verklaart dat de huurovereenkomst tussen de gemeente en [gedaagde] is ontbonden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro;
Rechtbank Midden-Nederland
De gemeente Stichtse Vecht vorderde ontbinding en ontruiming van een woonwagenstandplaats die door [gedaagde] werd gehuurd, nadat op de standplaats een hennepkwekerij was aangetroffen. De gemeente had de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens strijd met de Opiumwet en tekortkomingen in het huurdersgedrag.
[gedaagde] betwistte kennis te hebben gehad van de hennepkwekerij en voerde aan dat de gevolgen van ontbinding en ontruiming disproportioneel zijn. Daarnaast stelde hij dat de gemeente haar recht op ontbinding had verspeeld door lange tijd geen actie te ondernemen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de ontbinding rechtsgeldig was, de gemeente na de sluiting van drie maanden had toegestaan dat [gedaagde] terugkeerde en huur betaalde, waardoor feitelijk een nieuwe huurovereenkomst ontstond. Door het uitblijven van actie en communicatie van de gemeente mocht [gedaagde] gerechtvaardigd vertrouwen hebben dat de gemeente haar aanspraak niet meer zou geldend maken.
Daarom slaagde het verweer van rechtsverwerking en werd de vordering tot ontbinding en ontruiming afgewezen. Ook de verklaring voor recht omtrent ontbinding werd afgewezen omdat de gemeente geen belang had bij die verklaring. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de gemeente tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen wegens geslaagd beroep op rechtsverwerking.