ECLI:NL:RBMNE:2019:5238
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens verwijtbare werkloosheid na vrijwillig ontslag
Eiseres was sinds 1 januari 2018 in dienst bij een werkgever met een jaarcontract voor 36 uur per week. Op 21 augustus 2018 werd haar meegedeeld dat haar dienstverband op 31 december 2018 zou eindigen. Zij beëindigde haar dienstverband echter per 1 november 2018 om voor een andere werkgever acht uur per week te gaan werken. Op 28 oktober 2018 vroeg zij een WW-uitkering aan.
Verweerder stelde dat eiseres verwijtbaar werkloos was geworden omdat zij zonder acute noodzaak voortijdig ontslag had genomen. Eiseres voerde aan dat er wel een acute noodzaak was vanwege het einde van haar contract en haar nieuwe baan.
De rechtbank oordeelde dat eiseres uit vrije keuze ontslag had genomen en daarmee een aanvaardbaar werkloosheidsrisico had genomen. Er was geen situatie waarin voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd. Daarom was sprake van verwijtbare werkloosheid en mocht de WW-uitkering worden geweigerd.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde op 6 november 2019.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.