Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Wat is er aan de hand?
2.Wat vindt de kantonrechter ervan?
3.De beslissing
voorlopig, totdat anders wordt afgesproken of totdat een rechter anders beslist, aan [eiseres] ter beschikking te stellen;
Rechtbank Midden-Nederland
Deze zaak betreft een geschil over het gebruik van een woning na het beëindigen van een relatie tussen eiseres en gedaagde. Eiseres woont sinds begin 2018 met haar dochter in het huis van gedaagde, waarvoor zij een huurcontract heeft ondertekend. Gedaagde stelt dat dit huurcontract vals is en dat er geen echte huurverhouding bestond, maar dat zij feitelijk samenwoonden en het huis samen wilden kopen.
Na de relatiebreuk begin 2019 woont eiseres met haar dochter nu elders, terwijl gedaagde in de woning blijft. Eiseres vordert ontruiming van het huis door gedaagde, terugbetaling van een lening van €30.000 en schadevergoeding. De kantonrechter stelt vast dat de zaak niet geschikt is voor definitieve beslissing in kort geding, mede vanwege de onduidelijkheid over de aard van de huurverhouding en de afwikkeling van de relatie.
De kantonrechter wijst een voorlopige voorziening toe waarbij gedaagde het huis binnen een week moet verlaten en eiseres het huis mag gebruiken totdat een definitieve regeling is getroffen. De financiële afspraken worden voorlopig in stand gehouden en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De zaak kan later aan de bodemrechter worden voorgelegd voor een definitieve afwikkeling.
Uitkomst: Gedaagde moet het huis binnen een week verlaten en eiseres krijgt het huis ter beschikking als voorlopige voorziening.