ECLI:NL:RBMNE:2019:5281
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van vertonen schadelijke beelden, ontbloot gedrag en mishandeling
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 november 2019 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het tonen van pornografische beelden aan zijn minderjarige zoon, het zich ontbloot vertonen en masturberen in diens aanwezigheid, en het mishandelen van deze zoon over een periode van meerdere jaren.
Tijdens de terechtzitting op 30 oktober 2019 werden de vorderingen en standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. Zowel de officier van justitie als de verdediging bepleitten vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te veroordelen.
De benadeelde partij, de minderjarige zoon, had een schadevergoeding gevorderd, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.