ECLI:NL:RBMNE:2019:5424
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechter in familiezaak wegens weigering late stukken
In deze wrakingsprocedure verzocht de verzoeker om wraking van de behandelend rechter in een voorlopige voorziening familiezaak, nadat de rechter het verweerschrift met bijlagen van verzoeker niet had toegelaten vanwege late indiening. De verzoeker stelde dat het gebruikelijk is om stukken tot aan de zitting in te dienen en dat de beslissing tot weigering de schijn van partijdigheid wekt.
De rechter berustte niet in het wrakingsverzoek en verwees naar het ontbreken van een vaste termijn voor indiening bij voorlopige voorzieningen, maar benadrukte dat de goede procesorde leidend is. De stukken waren laat ingediend, namelijk de avond voor de zitting, en de wederpartij kon niet adequaat reageren. Het weigeren van de stukken was een procesbeslissing.
De wrakingskamer oordeelde dat procesbeslissingen in beginsel geen grond voor wraking zijn, tenzij zij objectief bezien als blijk van vooringenomenheid kunnen worden beschouwd. Gezien de omvang en late indiening van de stukken en de mogelijkheid tot mondeling verweer, was er geen sprake van schijn van partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard.
De procedure in de onderliggende familiezaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.