Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Lidl Nederland GmbH, vergunninghouder (gemachtigde: mr. R.J.H. Minkhorst).
Rechtbank Midden-Nederland
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Lelystad om een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen en vergroten van een winkelpand ten behoeve van een Lidl-supermarkt.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vreesde nadelige gevolgen zoals toename van verkeer, parkeerproblemen, het ontbreken van een milieueffectrapportage en stikstofberekening, en lichthinder. De vergunninghouder wilde medio november 2019 starten met de werkzaamheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de verleende vergunning voor de bouwactiviteiten voldoet aan het Bouwbesluit, de Bouwverordening, het bestemmingsplan en welstandseisen. De wijziging van detailhandel naar supermarkt is toegestaan via de kruimelgevallenregeling, en de belangen van verzoeker worden niet zwaarder aangetast dan bij de reeds toegestane detailhandel, zoals een Mediamarkt.
De vermeende lichthinder werd beoordeeld aan de hand van artikel 5:37 BW Pro en een ingediend rapport, waaruit bleek dat geen sprake is van onrechtmatige hinder. De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit niet onrechtmatig is en dat er geen ruimte is voor een belangenafweging die tot een voorlopige voorziening zou leiden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de werkzaamheden kunnen doorgaan tijdens de bezwaarprocedure. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de Lidl-supermarkt wordt afgewezen.