Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2019 in de zaak tussen
A.S. Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V., te Renswoude, eiseres
[naam derde-partij], te [woonplaats] , gemachtigde: A. Witten.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, eigenrisicodrager voor de Ziektewet (ZW), betwist dat de ex-werkneemster verzekerd was voor de ZW ten tijde van haar arbeidsongeschiktheidsmelding en voert aan dat zij niet ziek was en dat sprake is van een benadelingshandeling. De rechtbank oordeelt dat de ex-werkneemster wel verzekerd was en dat er geen aanwijzingen zijn dat zij niet ziek was bij de melding, mede op basis van een verzekeringsartsrapport.
Eiseres stelt dat er sprake is van benadeling omdat de ex-werkneemster al psychische problemen had en dat zij arbeidsongeschikt was vóór het ontslag op staande voet, maar de rechtbank vindt onvoldoende bewijs voor deze stellingen. Ook het argument dat de ex-werkneemster het ontslag niet heeft aangevochten wordt verworpen, omdat zij op advies van een advocaat handelde.
De rechtbank concludeert dat geen benadelingshandeling is vastgesteld en dat het bestreden besluit, waarin de ZW-uitkering wordt toegekend, rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De ex-werkneemster komt ook niet in aanmerking voor proceskostenvergoeding omdat de rechtsbijstand niet beroepsmatig werd verleend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot toekenning van een Ziektewetuitkering aan de ex-werkneemster wordt ongegrond verklaard.